|
| << Vorige Volgende >> |
Dag 13: Aberdeen and beyond |
Vrijdag 12 september 2003 |
| Vandaag is nieuwe-bandendag. John rijdt met ons mee naar Aberdeen, lekker via de Cairn 'o Mount en allerlei kleine weggetjes die hij zelf niet zo plezierig vindt (veel vers grind). |
 |
|
Ik krijg een nieuwe Metzeler Tourance en J-P een Michelin Anakee. De bandenman spreekt zo'n zwaar en binnensmonds dialect dat ik het al snel opgeef hem te proberen volgen. De vierletterwoorden zijn nog het beste te verstaan ;-) |
 |
| De bandenman gaat hier nog gewoon op zijn knieën. Hij werkt erg snel en geeft J-P ondertussen zelfs nog de kans zijn achterremblokjes te wisselen met behulp van het aldaar aanwezige gereedschap. Voor België (waar de banden zo supergoedkoop zijn, volgens onze verhalen), heeft ie geen goed woord over. Alle 'cheap shite' wordt daar gedumpt tegen afbraakprijzen, zegt ie. Nou volgens mij krijgen we hier gewoon precies dezelfde banden hoor! De rekening is in elk geval bijna net zo cheap als in België. Hoe dan ook maken nieuwe banden altijd extra blij. We rijden dus extra blij Aberdeen, the Granite City, uit. Even bij John z'n ouders langs, voor een kopje koffie en wat tips voor de route van vanmiddag. We willen langs wat kliffen rijden en verder gewoon willekeurig leuk rijden. |
| Met wat aanwijzingen op zak vertrekken we in de richting van Collieston, waar we een lunchstop doen aan een zeearm waar het wemelt van de steltlopers. Zomers warm is het, heerlijk. De thermobroek, die ik dacht nodig te hebben na een heldere koude nacht, kan uit. Phieuw. Collieston heeft wat niet al te spectaculaire kliffen (tussen hier en Aberdeen alleen maar zandstranden en duinen). We weten wat leuke kleine weggetjes te vinden in de richting van Cruden Bay, een plaatsje dat synoniem staat aan golf. Je rijdt er in 1 weg dwars doorheen, links de meeste huizen, rechts de golfbaan en daarachter de zee. Doodsaai, behalve als je van golfen houdt :-) |
 |
| Nee, dan de Bullers of Buchan. Grote rotsen die vroeger onderzeese grotten waren, maar waar nu het plafond van is weggeslagen. Wat je nu ziet zijn een soort bassins van rotsen, met meestal in de buitenste rotswand onderaan een 'poortje' waar het water door binnenkomt. Soort Pont d'Arc. Bovenop de buitenste wand kun je gewoon lopen, over een smalle grasrand, maar het is best eng. Uit het niets duikt een Schot op die hier ook even de toerist uithangt. Hij maakt een praatje, maar ik word hier eerlijk gezegd een beetje zenuwachtig. Je hoeft niet al te veel stappen verkeerd te zetten of je bent einde oefening. Paranoia en dat op je 30e... Ik tuur me suf maar zie alleen maar meeuwen en aalscholvers. Alle puffins zijn natuurlijk allang vertrokken. |
 |
|
Behoorlijk zweten om de hooguit 500m terug naar de motor terug te lopen met dit mooie weer in deze pakken. Nog een geluk dat ik mijn thermobroek uit heb gedaan :-) Via plaatsen met illustere namen als Old Deer, Maud en New Deer rijden we parallel aan de noordelijke kustlijn terug naar het westen. Bloedsaai is het landschap hier, alleen maar zacht glooiende graanvelden. Het lijkt Noord-Frankrijk wel. Geen bosje te vinden om te plassen, maar dan bedenk ik dat je die in de UK helegaar niet nodig hebt. Ze doen daar namelijk aan Public Toilets! Na lang dwalen eentje gevonden en tot mijn verrassing is er gewoon voldoende toiletpapier en zeep. Niet slecht! Wou ik toch even zeggen :-) |
 |
|
Tussen Turrif en Marnoch wordt het weer even interessant met wat bochten en minder verkeer. Naar Keith en vandaaruit naar Dufftown is het weer wat minder interessant allemaal. Glen Rinnes heeft wel een groen randje op de Michelin-kaart, maar da's niet vanwege het hoge bochtengehalte. Het landschap is wel mooi hoor, maar niet spectaculair. De afslag richting Lecht komt voor J-P wat onverwacht. Omdat z'n knipper naar links het niet meer doet, steekt ie z'n hand uit en kan ie dus even niet terugschakelen. In z'n vijf de bocht om kan wel, maar dan valt de BMW wel stil. J-P lost het wonderwel op, draait een kwartslag en staat met het voorwiel in de verhoogde berm geparkeerd :-)
|
 |
| Via Colnabaichin rijden we over de A939 naar Ballater en besluiten we om in Braemar wat te eten te halen en hopelijk wat te tanken, zodat we via Glen Shee verder zuidwaarts kunnen. Die willen we nog wel eens zien zonder dat we moeite moeten doen om een Pan bij te houden op de lange rechte stukken :-) De A93 naar Braemar gepakt dus, ideaal voor de wat hogere snelheden, met veel mooie doordraaiers van bochten, vooral in de buurt van Braemar. Verder valt vanaf deze weg een glimp van het Balmoral Castle op te vangen. En natuurlijk kunnen we genieten van de prachtige bossen hier langs de Dee. In Braemar eten we chips met wat lekkers erbij bij de Hungry Highlander. Nu ook met een kopje thee (met melk!), zoals het hoort! Leuk tentje. Een medewerkster laat ons weten dat er nog een tankstation open is bij een pub, een flink stuk terug langs de A93, in Coilacriech. He wat saai, mogen we die heerlijke weg nog eens rijden ;-) Er zijn maar weinig mensen op pad vanavond, dus een tijdlang geen ander verkeer. Tot er opeens een wagentje met blauwe koplampen in m'n spiegels opduikt. Boy racers... Er is ruim voldoende ruimte om hier in te halen, maar hij blijft steeds dicht achter me zitten op de rechte stukken. In de bochten gebruikt ie de hele weg, maar dat is hier niet zo ongebruikelijk. Is ook veiliger, je haalt sneller meer zicht. Toch lijkt het alsof ie erg z'n best moet doen, terwijl mijn motor toch echt niet zo hard kan :-)
|
|
Tanken bij de pub dus. In de Hungry Highlander was ons afgeraden nog via Glen Shee terug naar Luthermuir te gaan, omdat het best al snel donker gaat worden. We zitten nu ook weer een stuk uit de richting. Dan maar langs de Dee, ook geen straf. Omdat we zo lekker in ons vel zitten en zo heerlijk aan het zwieren en zwaaien zijn, heb ik een voorkeur voor de zuidzijde, ook al moeten we daar eerst weer een stukje voor terugrijden richting Braemar. Eenmaal tussen de bomen aan de South Deeside blijkt het toch wel al erg donker te zijn. Misschien toch niet zo slim om nog om te rijden op dit tijdstip... Uiteindelijk steekt de ene na de andere rode eekhoorn (hier behoorlijk kwetsbaar) voor onze wielen over en is het bijna wachten op een hert. John heeft ons al gezegd dat langzaam rijden geen zin heeft. Of je nou hard of traag rijdt, boem is ho, zo werkt dat met die beesten. Toch maar niet te snel rijden en zoveel mogelijk in het midden van de weg.
|
|
De Cairn o' Mount is aardedonker en als we acht tegenliggers tegenkomen is het veel, maar wel lastig verhapstukken die afdalende koplampen recht in je gezicht met een vizier dat dicht zit met midges. We zijn een uur later thuis dan J&G hadden verwacht en ze waren al ongerust ook, omdat rijden in het donker hier zo link kan zijn. |
| << Vorige Volgende >> |