Motortrips - Schotland 2003:

<< Vorige   Volgende >>

Dag 7: Perthshire

Zaterdag 6 september 2003

John en Gail gaan vandaag met ons mee rijden, westwaarts dit keer, in de richting van Perthshire. Mooie blauwe lucht met grote witte wolken vandaag. Na het tanken draaien we het terrein van een ziekenhuis op. J. moet zeker nog gedag tegen iemand gaan zeggen? Nadat we een paar gebouwen zijn gepasseerd, wordt het pad een gewoon bospaadje. Grappig! We stoppen vlakbij een elektriciteitsmast. Bovenop zit een visarendsnest, maar de vogels zijn helaas allemaal al gevolgen. Het was een perfecte zomer in Schotland, dus de jongen zijn vast in no time groot geworden.
Bij Aberlemno bekijken we een drietal standing stones van de Picten van ergens tussen de zevende en de negende eeuw. Deze zijn overal te vinden in deze streek, soms midden in een akker. Maar dit zijn wel de mooiste en de grootste. Niemand weet welk doel de stenen hadden.
Aberlemno
Verder over een superklein weggetje met tonnen grind in het midden en zelfs enkele haarspelden! John rijdt tamelijk hard door hier, ondanks zijn afkeer van grind. Hij krijgt wel een beetje spijt van zijn tempo als er opeens een camper voor z'n neus staat... Hoewel er aan het begin van deze weg een bord staat in de trant van 'Unsuitable for large vehicles', is het niet verboden voor dergelijke voertuigen om deze weg te gebruiken. Meestal is dit een teken dat het weggetje in kwestie erg de moeite waard is, want smal en kronkelig :-)
Vanaf Aberlemno richting de A90
We volgen na Kirriemuir en Alyth de A924 naar Pitlochry. Dit is een grote scheurweg, vrij breed, met veel bochten, maar ook veel behoorlijk lange rechte stukken. John rijdt ver bij ons weg (of bij mij dus, want ik rijd als tweede). Ik kan maar niet wennen aan die hoge snelheden (zeg 140 plus) op rechte stukken, al zal het op een Pan European best comfortabel zijn. De Domi haalt de 140 krap, maar daar is alles wel mee gezegd... Na Pitlochry rijden we een klein stukje zuidwaarts langs de Tummel om vervolgens rechtsaf te slaan, de A827 naar Aberfeldy. Leuke bochtjes, maar te veel verkeer dat moeilijk te passeren is.
Nadat we in Aberfeldy hebben geluncht, worden de weggetjes gelukkig een stuk kleiner. Via Glen Cochill (A826) komen we weer uit bij Amulree, dat we nu voor de derde keer gaan rijden, maar dan andersom.
Bij Loch Freuchie
We maken een korte tussenstop in Kenmore, bij het Taymouth Castle. Een paar dagen terug zagen we dit kasteel al liggen vanuit de verte en toen heeft J. ons verteld dat je er ook dicht bij kan komen. Gewoon onder de kasteelpoort door en het terrein op rijden.
Taymouth Castle
Het kasteel zelf wordt nog wel enigszins onderhouden, maar het ziet er nog altijd vervallen uit als je een blik door de ramen werpt. Het is dan ook niet goedkoop om zoiets te onderhouden. Openstellen voor publiek wil men wel, maar vanwege alle aanpassingen die zouden moeten worden gedaan in verband met de moderne veiligheidsvoorschriften, is het doodeenvoudig te duur.
Taymouth Castle
Vanuit Kenmore rijden we langs de zuidzijde van Loch Tay naar Killin.
Loch Tay
Het uitzicht over het meer is adembenemend, het weggetje lekker smal.
Loch Tay
Grappig genoeg geldt bij de meeste lochs dat de zuidzijde het leukst is om te rijden. Aan de noordkant ligt dan de wat grotere, drukkere weg.
Loch Tay
Killin is een beetje een tourist trap, maar het is er toch wel relaxed in het zonnetje. J. weet hier vlakbij een private road die altijd toegankelijk is. Eerst rijden we door Glen Lochay, een smalle kronkelweg, meest tussen de bossen.
Glen Lochay
Dan slaan we de private road in en klimmen we snel. Geen gebladerte meer hier, alleen nog maar gras. En regen! Als naalden zo scherp in je gezicht. J. laat ons voorgaan, want de weg zit vol bulten en er ligt veel grind en schapenshit. Ondanks de regen is dit een erg plezierig weggetje om te rijden. Wel op de schapen letten. Aan het eind doet J-P nog een stukje off road en komt vast te zitten in de natte zooi. All in the game...gelukkig weet ie er zelf ook weer uit te komen.
J-P op de GS
We zijn dan bij Loch Lyon, dat we niet kunnen zien omdat er een grote stuwdam is gebouwd. Als het water hoog staat, komt het hier zo overheen gestroomd. Op zich een mooie manier om elektriciteit op te wekken, maar ook deze manier is niet echt leuk voor het landschap. Natuurlijk staan er ook veel elektriciteitsmasten.
Bij de stuwdam van Loch Lyon
We vervolgen onze weg door Glen Lyon. Ik rijd voorop, natuurlijk met J-P in mijn kielzog. Het is een geweldige weg, die lijkt op een aantal van de glens die we eerder reden, met kleine korte bochtjes over lage heuveltjes, met een absoluut gebrek aan zicht verder vooruit. Veel overstekende schapen en nu en dan wat auto's, maar allemaal gebruiken ze een passing place om je te laten passeren. Vrijwel iedereen kijkt hier goed in z'n spiegels. Bovendien ziet men het hier niet als een nederlaag om iemand er even langs te laten, zoals in Nederland veelal het geval is.
Terugkijkend naar Glen Lyon
Na deze geweldige glen bekijken we een taxusboom (Fortingall Yew) waarvan men beweert dat die het oudste levende ding op aarde is, zelfs nog ouder dan de pyramiden. De boom zelf is tamelijk onooglijk, maar ja, wat wil je ook na al die duizenden jaren...
Loch Tummel, Queen's View
Door naar Queen's View dan. De weg daarnaartoe (B846) is lekker bochtig, tussen de bossen. Scheuren geblazen, want het wegdek is weer/nog lekker droog hier. Queen's View ziet eruit alsof het in de herfst op zijn mooist is en J&G kunnen dat bevestigen.
Loch Tummel, Queen's View
Nog even wat scheuren met J-P voorop in de richting van Pitlochry. We eten in Moulin, dat tegen Pitlochry aan ligt. In de pub die we uitkiezen, zijn honden van harte welkom en het zit er dan ook min of meer toevallig vol mee. Ook een jonge Duitse herder die we het liefst mee zouden nemen vanwege de hoge schattigheidsfactor: superfluffy oren heeft ie en een schattig snoetje. Je moet je eten hier aan de bar bestellen en dat is een verzoeking, met dronken locals die iets te lang aan de bar zijn blijven hangen.
Als we de pub verlaten, krijgt J. complimenten van 2 Amerikanen. Zij vinden de Pan de mooiste motor. Pfff! Als we Moulin uit rijden is het bijna donker al. Aan de rechterhand komt de maan net op, geweldig mooi! We rijden naar Glen Shee over superbochtige wegen. Ik kan J. goed volgen tot de rechte stukken wat langer worden. Hij is er dan immers met 140+ vandoor en dan merk ik dat het in het halfduister een stuk makkelijker reed met de Pan wat dichter bij.
We rijden met het laatste daglicht in onze rug en aan een loch staat een Schot in vol ornaat, niet alleen de kilt, maar ook met de tartan over zijn schouder geslagen. Het lijkt wel een spookverschijning, of een soort reclame (hij staat er toevallig een sigaretje te roken, maar wel in een soort pose :-)).
Het wordt dan echt pikdonker en de ene na de andere vleermuis vliegt ons om de oren. Bij Kirriemuir gaan we dan ook maar de dual-carriageway op, voordat we klein of groter wild aanrijden. Het rijdt wel rot, want die weg ligt er nat bij en de spray maakt het zicht erg slecht. Gelukkig komen we desondanks veilig thuis.
<< Vorige   Volgende >>